Er zijn elf posities. Voor elke speler is er een positie. De eerste positie is de keeper. Hij is de enige die de bal met zijn handen mag aanraken, maar dat mag hij / zij alleen binnen zijn / haar eigen strafschopgebied doen. Een extra kwaliteit van een keeper is, als hij goed “met zijn benen is”. Dat is al zeker bij lage ballen superhandig. Een keeper die dit aspect goed beheerste was Edwin van der Sar. Een voorbeeld van een keeper, die afgelopen jaar indruk maakte, is André Onana. Soms gaat de keeper in de aanval. Bijvoorbeeld in de laatste minuut bij een corner, maar normaal gesproken staat de keeper dichtbij het doel.

De tweede positie is Vrije Verdediger, ook wel Libero of Ausputzer genoemd. Een vrije verdediger speelt achter zijn verdediging. Hij geeft rugdekking op de andere verdedigers. Daarnaast verzorgt hij van achteruit de opbouw van het spel in balbezit. Spelinzicht is dan ook belangrijk, net als een goede traptechniek. Doordat een vrije verdediger achter zijn verdediging speelt, heeft hij een goed overzicht. Hij is dan ook de aangewezen persoon om leiding te geven aan de defensie.

De derde positie is Centrale verdediger, ook bekend als Voorstopper. Een voorstopper staat in het centrum van de verdediging. Zijn taak is het afstoppen van de spits van de tegenstander. Een moderne voorstopper moet sterk in de duels zijn. Daarnaast is het belangrijk dat hij ook redelijk snel is. Opbouwende taken zijn voor een centrale verdediger minder van belang. Jerome Boateng is een goed voorbeeld van een typisch moderne centrale verdediger. Vaak speelt een ploeg met 2 centrale verdedigers. In een systeem zonder laatste man, is het belangrijk dat centrale verdedigers rugdekking op elkaar geven.

De vierde positie is Links- en Rechtsachter of Links- en Rechtsback. zijn de verdedigers die vooral de zijkanten verdedigen. Zij spelen meestal tegen de buitenspelers van de tegenstander. Naast dat zou hij een goede snelheid en verdedigende kwaliteiten moeten hebben, het is ook meegenomen als ze kunnen opbouwen en aanvallen.

De vijfde positie is Vleugelverdediger. Een vleugelverdediger is een aanvallend ingestelde verdediger, die op de flanken opereert. Doordat een vleugelverdediger regelmatig langs de zijlijn opstoomt, voorziet hij zijn ploeg van aanvallende impulsen. In veel situaties is de vleugelverdediger meer middenvelder dan aanvaller.

En dan zijn er nog zes andere posities, namelijk:

– Verdedigende middenvelder

– Linker- en Rechtermiddenvelder of Links- en Rechtshalf

– Centrale middenvelder

– Aanvallende middenvelder

– Buitenspeler of Links- en Rechtsbuiten

– Spits, of ook wel Midvoor of Centrale aanvaller genoemd